Nederlandse Veteranendag

Koffie

Alvorens ik mij richting het Malieveld begeef is mijn eerste halte de Starbucks, die onlangs naar een mooi nieuw onderkomen op het station is verhuisd. Je kunt er nu zelfs ook ‘buiten’ zitten in de stationshal. Ik bestel een thee en een cheesecake. Zo’n echte lekkere, baggerzoete punt, die wanneer je hem op een servetje legt er dwars doorheen gaat van het vet. Zo eentje waar je er het liefst nog een van wilt bestellen, zij het niet dat je maag na twee happen al zó vol zit dat er explosiegevaar dreigt. 

Ik zet mijn thee en taart neer en ga op een heerlijke luie bank zitten met uitzicht op het station en vanwaar ik alle veteranen voor de veteranen dag zie binnen druppelen. Mijn goed gevulde derrière heeft de bank nog niet geraakt of het lampje op mijn voorhoofd dat zegt ‘praat met mij’ flitst aan. ‘Pardonnez moi. Bladiebladie bladie … internet Iphone?’ Een Paraguayaanse dame probeert met handen en voeten aan mij te vragen of er internet op mijn telefoon zit. Ik probeer haar half in het Frans en half in het Paraguayaans te helpen want ja, je bent een Nederlander of niet. Een Nederlander spreekt elke toerist in zijn eigen taal aan, of het nou klopt wat hij zegt of niet. De dame in kwestie is op zoek naar de ambassade van Paraguay.

Na het adres te hebben gegoogeld vergroot ik het op mijn telefoon en laat ik het haar zien. Zij schrijft het netjes over en vraagt nog hoe ze de straatnaam uitspreekt. Javastraat, op zich niet zo moeilijk zou je denken, maar ik heb alles gehoord behalve Java. Na een korte uitleg hoe ze er het beste naartoe kan wandelen neemt ze afscheid en verdwijnt ze in de massa veteranen die steeds groter wordt.

In de Starbucks zit een groepje gasten met van die spierballen en tatoeages, waarvan ik er de rest van de dag nog veel ga zien. Een van die gasten vraagt aan de ander: ‘Hey Sjon! Wat doe jij tegenwoordig?’ Het antwoord volgt direct en zonder aarzeling ‘Rentenieren!’ Sjon wordt beladen met bewonderende kreten en opmerkingen, tot hij het niet meer uithoudt. Het blijkt dat hij een allround voorman is van ik-weet-niet-wat en hij doet er ook nog iets naast. Een overdreven Amerikaanse griet – of is dat een pleonasme? – sluit zich bij hen aan en het volume van de groep is meteen verdrievoudigd. De Amerikaanse probeert zich te weren in het Nederlands, maar de gesprekspartner van Sjon, voor het gemak noemen we hem even Harry, besluit dat hij in het Engels zal terug praten, althans hij denkt dat het Engels is. 

Zijn vriendin, met een heupomvang die breder is dan de horizon, gilt dat haar koffie nog steeds te sterk is en Harry springt onmiddellijk op om haar beker met nog meer melk bij te vullen. Gezien de hoeveelheid melk die er al op voorhand ingegoten was lijkt het me verstandiger dat zij voortaan gewoon een beker warme melk bestelt, dan kan zij er altijd nog een paar druppels koffie bij gieten als het te slap zou zijn. Blijkbaar mankeert ze wat aan haar handjes, want de melk stond naast haar beker onder handbereik, maar ja …

Het is tijd voor de club om zich richting het Malieveld te begeven. De dame zonder handen, die overigens een vrij penetrante lichaamsgeur verspreidt, blijkt dan ook nog eens geen tanden te hebben. Ze maakt wat grapjes naar Harry en Sjon en laat een glimlach zien, waaruit toch op zijn minst 3 tanden ontbreken. Lijkt me best lastig hoor, geen handjes én geen tandjes. Ik wens haar in gedachten sterkte en wens Harry het beste met de mantelzorg voor zijn vriendin.

Malieveld

Ondertussen staar ik naar de stationshal. Elke trein die aankomt brengt een lading aan veteranen, militairen, mariniers en loslopend wild met zich mee. In het midden van de hal zit een oude veteraan strak in het pak op zijn met bloemen versierde scootmobiel. Hij bewaakt een tafeltje met daarop wat vlaggetjes en brochures van het Rode Kruis. Er staat een collectebus met het Rode Kruislogo naast hem. Hij oogt wat verloren zo in de hal tussen al die drukte. Af en toe praat iemand wat tegen hem, maar ik vraag me af of hij er überhaupt een woord van verstaat in al die herrie. In mijn hoofd klinkt Brigitte Kaandorps ‘Sonja van Veen. Waar gaat zij heen? Helemaal alleen. Sonja van Veen.’ Heel toepasselijk als achtergrondmuziek bij dit tafereel. Niet dat die man op zijn scootmobiel Sonja van Veen heet. Misschien Sander van Veen? 

Van oud tot jong, van gigantische zware rugzakken tot rollators en wandelstokken passeren de revue afgewisseld met hier en daar een buggy en een skatebord. Ik laat mij door de massa meeslepen naar de ingang van het Malieveld. Wat een strakke organisatie. Iedereen weet wat hij moet doen en waar hij moet staan. De sfeer is vol positieve spanning van alles wat nog komen gaat. Ik heb geen idee wat me te wachten staat, want ik ben nog niet eerder bij een veteranendag geweest. Ik wandel eerst langs een aantal ‘ouderwetsche’ taferelen en waan mij midden in M.A.S.H, Dad’s Army en It ain’t Half Hot Mom. Captain Shut Up loopt vlak voor mij en in de hoek zie ik Radar O’ Reilly staan. In de andere tent achter een antieke typemachine zit Captain Darling. Hoe cool is dat?

Achteraan op het veld staan stoelen, een podium en een groot scherm waarop te volgen is wat er allemaal in de Ridderzaal gebeurt en er schalt een prachtig gezongen, melancholisch gitaarnummer door de speakers. Iedereen die zit te  kijken is er stil van. Later is het de beurt aan een blond meisje dat over het Wilhelmus zingt. Af en toe krijg je beelden vanuit de zaal te zien en komt ‘Wim Lex’ voorbij. Aan weerszijden staan grote tenten waar ook nog van alles te beleven is. Je komt hier ogen te kort.

Het menu voor de veteranen bestaat uit friet met mayo, broodjes kroket, frikadellen, worst, chips en snoep dat vervolgens met mini-flesjes cola kan worden weggespoeld en voor de enkele diabeet is er ook nog wel een mini-flesje water te krijgen. Het zal me niets verbazen wanneer de veteranendag volgend jaar door WeightWatchers gesponsord wordt.

Mijn oog valt op een kwadrant dat speciaal is ingericht voor kinderen. Daar moet ik zijn voel ik al. Laatst heb ik op Facebook een test ingevuld en zou ik de 7-jarige leeftijd hebben qua mindset, dus bring it on! De kinderen krijgen allemaal een stempelkaart die ze bij elke activiteit kunnen laten aftekenen. Mijn aandacht wordt getrokken door de parajumptoren. Het is niet zo druk, dus ik ga op mijn gemakje eens kijken wat daar te doen is. 

Iedereen tussen de 50 en 95 kilo mag zich in een harnas laten hijsen om vervolgens van zo’n 7 meter naar beneden te springen. Een blonde soldaat, voor het gemak noem ik hem Blondie, staat bij het hek en weegt iedereen die mee wil doen op een wat ooit een witte thuisweegschaal was. Het ding ligt uit elkaar van ellende en zit vol deuken en af en toe geeft Blondie er een trap tegen omdat hij is vastgelopen. De kinderen die net even te licht bevonden worden krijgen de opdracht om 20 push-ups te doen en veroveren hiermee een felbegeerde rode cap van de luchtmobiele brigade. Iedereen die wel mag springen krijgt er ook een. 

Ik installeer mij achter een hek op de grond en observeer wie er allemaal de sprong in het diepe waagt. Het valt mij op dat vooral de mini-meisjes die te licht worden bevonden er het meest om treuren. De grotere jongens daarentegen zijn wat meer timide en durven niet zo goed. Een moeder die zich ernstig  bijdehand profileert geeft haar twee verlegen zoons op om te springen. Blondie heeft in de gaten dat de jongens er niet heel erg warm voor lopen en geeft de moeder lik op stuk door te zeggen dat zij het goede voorbeeld moet geven. Zo gezegd zo gedaan. Met veel flair voor drama begeeft ze zich naar Max die haar wel even in een harnas hijst.

Max is een grote stevige kerel uit de Antillen of Suriname, hou me ten goede. Hij heeft een prachtige donkere huid en stralend witte tanden en een zeer aanstekelijke lach. Het is dat ik al getrouwd ben, want anders … Enfin, de moeder loopt de trap op en komt bij Buddy, een gezellige jongen van Indonesische origine. Zijn naam doet hem eer aan, want hij ziet er ook uit als een buddy, iemand die er voor je staat no matter what. Ze springt onder luid dramatisch gegil naar beneden en werpt zich in de armen van Max onder het toeziend oog van haar twee zoons die zich zichtbaar generen voor haar. Zou ze een single mom zijn? Of is ze gewoon een dagje uit en denkt ze dat het niet uitmaakt wat ze doet, omdat ze in een ander postcodegebied zit? 

De twee jongens gaan overstag en laten zich een voor een van de toren af vallen. Zonder poespas, zonder gegil of andersoortige dramatische effecten. Je kunt echt zien dat ze er van genieten. NOT! Na de twee broers komt er een jongen die zo uit The Big bang theory is weggelopen. Hij stapt resoluut op Max af, schudt hem netjes de hand en stelt zich voor. Daarna in harnas en helm getooid loopt hij naar boven en stelt zich ook netjes voor aan Buddy. Hij vraagt een aantal intelligente dingen aan Buddy, houdt zijn armen strak langs zijn lichaam en laat zich recht naar beneden vallen onder het uitten van een gecontroleerd ‘yeh.’ Beneden aangekomen staat hij meteen op, verlaat het kussen op een geordende wijze, ruimt zijn harnas op en verdwijnt weer tussen de menigte. Dat was de meest uitbundige sprong die ik ooit heb gezien.

Het springen trekt de aandacht van een mini-veteraan van twee turfjes hoog. De man ziet er uit of hij de negentig al gepasseerd is, als het niet honderd is, en is zwaar bepakt en bezakt met jas en tassen. Hij geeft aan Blondie aan dat hij ook graag wil springen. Blondie twijfelt even gezien de leeftijd van de veteraan en verwijst hem door naar Max ter beoordeling. Nog voor Blondie uitgesproken is heeft de veteraan zijn jas, tas en ander zooi uitgedaan, op een keurig stapeltje neergelegd en heeft hij al een van de harnassen te pakken. Max kan niets anders doen dan checken of alles goed zit. De veteraan presenteert Max een camera van voor de eerste wereldoorlog met het verzoek een foto van zijn sprong te maken. Van alle mensen die vandaag gesprongen hebben is de veteraan toch wel het snelste boven. 

Hij groet Buddy, zwaait naar zijn publiek en springt met glimmende pretogen zonder aarzeling van het plateau. Aangezien hij met grote waarschijnlijkheid de vijftig kilo net niet haalt duurt zijn sprong wat langer dan gemiddeld. De weerstand in de veiligheidslijn is niet ingesteld op vedergewichten en hij daalt dan ook af in slow motion. Op het luchtkussen neergekomen zwaait hij wederom naar het publiek als dank voor de aandacht. Hij neemt het ervan en maakt gretig gebruik van het springkussen en hij hopst in het rond tot Max hem er uiteindelijk af weet te krijgen. Vervolgens is Blondie al weer bezig met een opdruk sessie voor een jongetje wat helaas niet mag springen. De oude veteraan bedenkt zich niet en laat zich naast het jochie neervallen voor een paar extra push-ups. De man staat vervolgens weer op en stroopt zijn mouwen op en balt zijn spieren, althans dat wat daar van over is. Een regelrechte Rambo in zijn eigen gedachten, maar al wat wij zien is een graatmager stukje bot waar veel gerimpeld oudemannenvel met moedervlekjes omheen wappert. Prachtig om te zien dat je ongeacht je leeftijd je toch altijd diegene bent die je in je hoofd ziet. De kitten die in de spiegel kijkt en een grote leeuw met een volle manentooi ziet.

Een ander jongetje gaat samen met zijn vriendje ook, maar zodra hij boven staat durft hij niet meer. Het vriendje wordt naar boven geroepen en mag eerst. Het jongetje mag het daarna nog een keer proberen, maar hoe Buddy ook coacht en hem gerust probeert te stellen hij durft nog steeds niet en neemt het dappere besluit om het niet te doen. Dat vind ik dus weer heel moedig. Ondanks dat iedereen staat te kijken toegeven dat het niets voor je is en er van af zien. Dat is niets om je voor te schamen en laat alleen maar zien dat je sterk genoeg bent om je niet door anderen te laten leiden. Volgend jaar kun je het altijd nog een keer proberen.

De moeder van het jochie wil het dan wel eens proberen en gaat met haar geblondeerde haar, zonnebank oranje kleurtje en tijgervelletje naar boven. De tranen staan in haar ogen en haar knieën kun je in Scheveningen nog horen klapperen. Het lijkt erop dat ze haar zoontje achterna gaat, maar nee, ze haalt adem, Buddy telt tot drie en daar gaat ze. Wat een fantastisch wijf, een man in het publiek roept dat je normaal gesproken geen geremd touw hebt. Wat een eikel, wij zijn toch ook geen militairen … duh.

Ik waag de sprong

Ergens kriebelt het bij mij ook wel. Ik heb dan wel geen hoogtevrees maar wel angst om te vallen, maar nu ik zo een en ander heb gadegeslagen lijkt zeven meter niet zo hoog en met het kussen er onder is het nog maar vijf meter. Als al die kleine kinderen het kunnen dan zou ik het zeker moeten kunnen en vooral als je ziet dan zo’n bejaarde veteraan het ook kan. Ik draaikont wat rond en besluit het dan toch te doen. Max vangt mij vriendelijk op. Ik vraag om een harnas voor wat dikkere mensen en hij ontkent meteen dat ik dik ben. Dat kan niets anders betekenen dan dat hij thuis een vriendin heeft zitten die hem dat goed geleerd heeft. ‘Ben ik dik schat?’ ‘Nee lieverd, helemaal niet. Hoe kom je er bij?’

Ik klim het trapje op dat gebouwd is om alleen maar mini-veteranen van negentig plus of basisschoolkindertjes toe te laten en bereik, na mijn buik goed te hebben ingehouden, het platform. Van boven is het eigenlijk best hoog. Oef, waar ben ik aan begonnen? Buddy is lief en geduldig en legt uit wat ik moet doen. Aan het randje gaan staan, mijn armen over mijn borst kruizen, naar de B in de verte kijken en als ik beneden neerkom meteen naar links of rechts omrollen. De sprong naar beneden duurt misschien anderhalve seconde, dus hoe moeilijk kan het zijn?

Ik haal adem. Kruis een arm, kruis mijn andere arm en grijp direct de reling weer vast. Het angstzweet staat op mijn lip en mijn handen trillen nog meer dan een trilplaat bij Slender You. Buddy telt af, maar het mag niet baten. Ik ga nog net niet aan de hyperventilatie. Ondertussen staat Max beneden allemaal foto’s op mijn Iphone te schieten. Tja, ik kan het niet maken om dan weer via de trap naar beneden te gaan. Dan is mijn walk of shame meteen voor eeuwig vastgelegd. Ik heb dus niets geleerd van dat stoere joch dat gewoon de trap naar beneden nam.

Ik zet een stap naar voren en spring. Of eigenlijk, ik laat mij op de meest niet-charmante manier vallen, met mijn armen zwaaiend boven mijn hoofd en met mijn benen alle kanten uitzwierend. Uiteraard wordt dit alles netjes door Max gedocumenteerd. Boven staat Buddy te klappen en beneden wordt ik begroet door de stralende tandpastasmile van Max. Hij geeft me een high five en ik ben best trots op mezelf. Max complimenteert me nogmaals en geeft aan dat het meest stoere is wanneer iemand die niet durft uiteindelijk toch springt. Ik krijg het felbegeerde rode petje mee, maak een selfie voor Facebook, want ja, dat moet toch even geshowd worden en als het niet op Facebook staat is het niet gebeurd. Ik besluit dat ik de cap nooit meer af doe en wandel op wankele benen weer weg. Ik kom er achter dat het inmiddels half twee is en ik nog niets gegeten en gedronken heb sinds het ontbijt. Gelukkig maar, want anders konden Max, Buddy en Blondie het luchtkussen nu schoonmaken.

Naar huis

Het is tijd om naar huis terug te keren. Ik kijk nog naar een aantal overvliegende klassiekers gevolgd door een in formatie vliegend groepje modernere exemplaren (F-16’s?) en zie een grote gast lopen met sleeves getatoeëerd op beide armen. Hij heeft een erg modern kapsel, opgeschoren, met stekeltjes en met genoeg gel om alle tanks die uitgestald staan weer van brandstof te voorzien. Hij heeft in beide oren een ringetje en een peuk in zijn mond, geen sixpack maar een biertender als buik. Achter hem drentelt een jochie van een jaar of drie geheel in dezelfde stijl als zijn vader op de getatoeëerde armen na, maar ik vermoed dat hij deze bij zijn volgende verjaardag wel cadeau krijgt. De moeder volgt op afstand en is alleen in haar telefoon geïnteresseerd, die dezelfde kleur heeft als haar gelakte nagels.  De vader vindt alles wat met wapens en agressie te maken heeft prachtig en heeft verder nergens oog voor. De kleine man loopt er eenzaam tussenin. Ik vraag me af wat er van het jochie terecht gaat komen in de toekomst.

Ik maak nog een korte ronde langs de oude legertenten, de demonstratie van de hulphonden en de diverse goede doelen die door de veteranen worden gesteund en ruil ‘Sonja van Veen’ in voor de Theme song van M.A.S.H. ‘Suïcide is painless’ van Johnny Mandel en laat alles wat ik gezien en gehoord heb nog eens door mijn gedachten gaan.

De militairen, mariniers, veteranen en iedereen die ik hier vandaag ontmoet heb zijn allemaal zo rustig, opbouwend, respectvol en positief ingesteld. Als wij nou met zijn allen een beetje meer proberen te zijn als Buddy, Max en Blondie, dan denk ik dat het gauw klaar is met alle oorlogen in de wereld. ‘Suïcide is painless’ maakt plaats voor het immer briljante nummer van mijn naamgenote Nicole ‘Ein bisschen frieden’.


Op de terugweg salueer ik al vrede neuriënd naar het defilé dat net voorbij komt en uit meer dan 3300 man bestaat. Ik kan niets anders dan respect hebben voor deze mensen. Bedankt voor jullie inzet voor koning en vaderland.

Volg NR Soferet en geef een like!
Ontvang nieuwe blogs per email:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *